Het verhaal van ‘de Dode Hond’

27-05-2016

De Dode Hond is een kunstmatig eiland in het Nederlandse Eemmeer, gemeente Blaricum. Het eiland is opgespoten tijdens de aanleg van de polderdijk van Zuidelijk Flevoland (omstreeks 1964). Het is het meest oostelijk gelegen stukje land in de provincie Noord-Holland. Het eiland maakt deel uit van het Natura 2000-gebied. Met name vele vogelsoorten kunnen hier, al vanaf de eerste aanleg van het eiland, ongestoord leven. Daarom staat het eiland in het nabijgelegen Bunschoten-Spakenburg bekend onder de naam Vogeleiland. In het lokale dialect ‘Voegeleilangd’.

 

Op het eiland stonden borden waarop een verhaal over de herkomst van de naam 'Dode Hond' wordt vermeld. De hond van arbeiders, die bezig waren met de drooglegging van de IJsselmeerpolders ging plotseling dood en, om kosten te besparen, zou het karkas niet naar het destructiebedrijf zijn gestuurd maar zijn begraven op het eiland.

 

Deze informatie kunt u vinden op Wikipedia, maar daarom is het nog niet allemaal waar. Ik stel u een andere waarheid voor. Ik maak daarvoor gebruik van de overlevering (oral history) uit Bunschoten-Spakenburg. Tegelijk biedt dit mij ook een mogelijkheid om mijn grootvader Melis van de Groep (1911-1996) als ooggetuige van het ontstaan van De Dode Hond daarin een geloofwaardige rol te geven. En dat staat dan weer leuk in onze familiegeschiedenis.

 

Mijn beide grootvaders waren telgen uit Spakenburgse vissersgeslachten.

 

Van mijn ene “groof” -Spakenburgs voor grootvader- heb ik zijn zeeziekte geërfd, dus kunnen u en ik blij zijn met de Afsluitdijk en inpoldering van Flevoland, want daarom kan ik wčl uit de voeten op onze Gastvrije Randmeren. Deze groof kon de Afsluiting van de Zuiderzee niet afwachten en zocht zijn heil al vroeg op de wal als visventer. Hij was een topverkoper en die

genen van hem komen mij misschien van pas, als u mijn versie van de naamgeving van dit eiland aanhoort en moet beslissen wat u moet geloven.

 

Mijn andere groof, -zijn naam mag ik voortdragen- viste nog tot midden jaren zestig van de vorige eeuw op het IJsselmeer. Hij zag de dijk, waarachter nu Flevoland ligt, aangroeien tot het moment waarop hij met zijn vissersboot de BU7 niet meer de doorsteek naar de nu drooggelegde visgronden kon maken. Hij stelde het einde van zijn werk als visser uit tot het laatste moment, want hij kon zich zijn leven zonder water nauwelijks voorstellen. Van alternatieven van het werken op de wal, in de visschuur of fabriek, moest hij niets hebben.

 

Bij het ‘opperdân’ (uitvaren) en het ‘inverdân’ (koersen naar de thuishaven) werd zijn aandacht getrokken door de baggerschepen die de vaargeul voor de net aangelegde dijk uitdiepten en hun bagger in de ringdijk, die speciaal daarvoor was aangelegd, spuiden. De Dode Hond, dames en heren, is dus nooit als een eiland aangelegd maar als een ringdijk, u kunt nog –misschien handig met kapmes- het eiland rond lopen. Over het eiland lopen is door de natuur onbegaanbaar, maar vast ook nog heel gevaarlijk, want het eiland bestaat grotendeels uit ingeklinkt veen. Dat is correctie 1 op Wikipedia.

 

Groof Melis kon goed overweg met al wat op en van het water leefde. Hij was geďnteresseerd in het werk van de baggerschepen en maakte al gauw een praatje en dronk een bakkie met de kapitein van het baggerschip. Met een zootje paling achter de hand kon het nooit kwaad eens te informeren hoe het werk als baggerschipper en niet te vergeten het loon er uit zag. Als ze dan

aan een bakkie zaten liep de hond van de baggerschipper kwispelend om hen heen op zoek naar een kruimel brood of iets dergelijks. Op een dag had Groof Melis zijn kostje bijna gekocht: hij zou baggerschipper worden. Maar eerst moest hij zijn BU7 voor de laatste keer de haven uitvaren en aan de oostzijde van de havenpier laten stranden en verbranden. Het schip leverde niets meer

op en kostte anders alleen maar havengeld. Zo had je in die tijd op Koninginnedag in Spakenburg vuurwerk(!). En zo is daar een botterwrakkenkerkhof tot op den huidige dag. Nu werken we keihard aan het behoud van Museumhaven Spakenburg en haar 30 botters van de grote vloot

van ooit 209 vissersschepen…. Het kan verkeren.

 

Tijdens het handjeklap met de baggerschipper over zijn salaris viel het groof Melis op dat de hond zich niet liet zien en dan liet aaien voor een stukje koek. Toen hij vroeg naar de hond, liet de kapitein de kaart van de ringdijk zien en wees hem op het kruisje met de naam die daarop prijkte. De hond was zoals dagelijks via de loopplank van boord gegaan om op de ringdijk te rennen en zijn behoefte te doen. Of het kwam omdat het vlakke water eruit zag als grond, of dat het door het inklinken kwam, weet ik niet –ik kan niet alles weten-, maar de hond maakte een sprong en verdween jammerlijk in het drijfzand! De schipper markeerde dus die plaats op de kaart, die later werd ingeleverd bij de opdrachtgever, het huidige Rijkswaterstaat. Op die kaart

stond dus: “Dode Hond”. En zo kwam dit eiland aan haar naam.

Linkedin

Agenda

11-12-2017

Overleg wijkchef Martin Valenkamp/Jessica van den ...

12-12-2017

B&W-vergadering Gemeentehuis

14-12-2017

Afscheid (plv) ombudsman: dhr. Pothuizen/dhr. Sche...

15-12-2017

Landelijke Naturalisatiedag Museum Spakenburg