“De sjuut van ming groof”

27-05-2016

Het is goed om het verhaal over de sjuut van ming groof, eerst in een breder kader te plaatsen: Wie was mijn groof? Iedereen heeft een grootvader van vaders- en van moederszijde. De grootvader die ik ook echt groof noemde was Peter van Diermen, bijgenaamd Peet Titus, (geb. 1898) zoon van Hendrikus van Diermen en Annetje Korlaar (nrs. 494 en 2234 in VWBJDE). De vader van mijn moeder had het beroep van visventer had gekozen, ook omdat de handel hem in het bloed zat, maar vooral omdat hij vrijwel elke vaartocht op de Zuiderzee zwaar zeeziek was. Dat laatste heb ik zeker van deze groof meegekregen. Met hem ging ik als kleine jongen mee naar de visafslag als de sirene loeide en hij in de banken plaatsnam om te kijken of de aangevoerde paling voor hem interessante handel kon zijn en dan zijn slag te slaan. Mijn vissende grootvader was Melis van de Groep. Hij stond bekend als Melis van Cas, want hij was een zoon van Casper van de Groep en Evertje (‘Veren’) Hartog. (nrs. 1036 en 1129). Hij was mijn jongere grootvader (1911) en werd (daarom?) altijd opa door ons genoemd. Mijn persoonlijke herinneringen aan hem als visser dateren uit de tijd dat hij daarmee voor zijn dagelijkse kost was gestopt: hij werkte op een baggerschip in het Rotterdamse havengebied. Maar ’s vrijdagsavonds stapte hij regelmatig aan boord van de BU 33 van Hendrik Heijnen (Groente). Zo kwamen wij elke zaterdag aan de pieten. Ik zei toen wel eens: tot ze onze neusgaten uitkwamen. En nu zouden velen graag elke week zo’n maaltje hebben. Pas op met wat je zegt als je het goed hebt……(!) Maar ik mocht eens een keer mee met opa op de BU 33 met Groente en zijn zoon Evert, die wij nu kennen als de laatste Spakenburgse visser, en heb toen dus op die botter ontdekt wat ik van mijn andere groof had geërfd.

 

Wat ik er ook van herinner dat was een gemoedelijke, gezellige sfeer aan boord. Zeker als je met elkaar in het vuronger aan een bakkie koffie zat. Een illustratie daarvan is een foto die ik nu niet heb opgediept maar al eens in de Bunschoter heeft gestaan van opa, met twee broers: Frank-om en Willem-om (de –kleine- Art). Er werd gelachen, ook onder het genot van een oorlam, meestal een ‘sjone’ of een ‘deurkiekertjie’. Zo ken ik het verhaal dat Willem-om alvast het ‘vuronger’ in ging om drie borreltjes in te schenken. Frank-om en opa moesten nog wat af maken en zeiden: ‘We komen zo‘. Maar toen ze kwamen stonden er tot hun verbazing drie leeggedronken glaasjes. Op de vraag wat dit te betekenen had antwoordde de Art: “Ik heb er drie ingeschonken, maar wist niet meer welk glaasje van mij was……..”.

 

Na deze gekheid de hoogste tijd om naar de eerste foto te gaan: u ziet daarop een schilderij van een botter varend onder zeil: de BU 7. En daaronder een modelbotter die op mijn kamer in het gemeentehuis mag staan te pronken. Het is tekenend voor het lot van een groot deel van de oorspronkelijke vloot: die is er niet meer. Het model is slechts een herinnering. En voor mij persoonlijk van betekenis omdat mijn opa met de BU7 voer.

 

In de loop van de tijd hadden diverse schepen achtereenvolgens het nummer BU 7. Dat ging met de eigenaren mee. In 1946 kochten C. Heek en J. Heinen een grote botter die gebouwd was in 1910: de VD 102 en zij vernummerden deze als BU 7. In het begin van de jaren vijftig werd opa Melis mede-eigenaar. Zo werd de BU7, de sjuut van ming groof.

 

Links nabij de helling in de Hongdehemel en rechts op zee onder vol zeil. Opa was op en top visserman, genoot van het varen op zee, de visserij en heeft tot begin jaren zestig gevist tot er niets meer te verdienen viel. Hij voer, net als mijn vader, eind jaren vijftig, ook op de logger en verkoos uiteindelijk het schipperswerk op een baggerschuit boven de fabriek. Mijn vader, die ook verknocht leek te zijn aan de visserij op de Vlaardinger logger, zocht op aandringen van mijn moeder een baan aan de wal: in de Amsterdamse havens.

 

Maar voordat het zover was hadden mijn vader en moeder verkering. Net als vele andere verliefde stelletjes was een wandeling op de late zondagavond, rond de havens en langs de Oostdijk gewoon. Het was talmen bij een afscheid, veel jongens moesten zich om twaalf uur melden op de sjuut of anders op tijd naar bed voor de werkdag die volgde. Vele moeders stonden bij de deur en namen afscheid van hun man die naar de haven gingen om op klokslag 12 uur de motor te starten en de haven uit te varen. Ze keken uit naar hun kroost dat thuis moest komen. Op zo’n zondagavond in juni 1955, klotsten de klompen van de Spakenburger vissers op de kaden van Ouden en Nieuwe Haven. De visserlui waren op weg naar hun schepen, anderen waren al aan boord, waaronder Opa Melis van de Groep, die zijn BU7 op haar ligplaats aan de dwarswal van de Nieuwe Haven, op de huidige Kerkemaat ter hoogte van de gevelsteen ter herinnering aan de Nieuwe Haven. Verliefde stelletjes, waaronder mijn vader en moeder, namen afscheid tot een enorme knal de zondagavondrust verstoorde.

 

Ik lees u uit het verslag uit de Dorpsfilm in de Bunschoter Bode:

 

“En het eerste werk, wanneer men aan boord komt, is het vooronderdeurtje open te sluiten, de lamp aan te steken en even te zien of alles nog in orde is. (…) Toen Van de Groep het vooronderdeurtje opensloot , bemerkte hij een sterke gaslucht. Dit kon daar men een ‘fles’ gas aan boord had voor het gasstel. Van de Groep heeft nog enkele minuten gewacht voor hij vuur maakte, uit voorzichtigheid. Het schijnt echter dat het onder de plecht vol gestaan heeft met gas. Die door het geopende deurtje niet vlug ontsnappen wilde. En toen hij een lucifer aanstreek, volgde een ontploffing die zo hevig was dat ze in het hele dorp werd gehoord”.

 

Op dat moment ging een schok door het dorp. Wat zou er zijn gebeurd. Op de nieuwe schand zeiden bezorgde moeders tegen hun jonge kinderen die wakker werden van het geluid van de explosie: ”Er is iets vast iets ergs gebeurd”. In de omgeving van de BU7 sneuvelden ruiten. De BB verder: “De ontploffing was zo hevig dat stukken van de plecht werden zo ver weggeslingerd dat ze over de grote loods op het dak van Zijl’s smederij terecht kwamen.” Marietje Hopman-de Harder, toen en tot op de huidige dag woonachtig aan het begin van de Kerkemaat, zat hoogzwanger stijf in haar bed en zei tegen haar man: “Jan, je zal eruit moeten want de wereld vergaat”. Mijn ouders gingen met het andere volk snel een kijkje nemen om te zien wat er aan de hand was. Toen er tegen mijn vader werd geroepen dat “de sjuut van z’n voader” was ontploft, zetten zij het op een lopen en troffen mijn opa zwartgeblakerd aan op het achterschip met grote brokstukken van de plecht om hem heen. Opa werd naar de loods gebracht tot er medische hulp arriveerde. Toen bleek wonderwel dat hij slechts lichtgewond was geraakt. Het was een wonder dat hij dit heeft overleefd: Opa was door de luchtdruk tegen de dwarsbalk gedrukt en wist daarna kruipend naar achteren te komen.

 

Ook was het heel bijzonder dat hij niet door grote brokstukken was geraakt. In de familie werd deze gebeurtenis altijd doorverteld met grote dankbaarheid aan de Here, die deze Melis van de Groep voor zijn vrouw en kinderen bewaarde, zodat hij ook nog opa is geworden, en nog lang van zijn kleinkinderen kon genieten.

 

Maar voor de sjuut van ming groof was het einde oefening. Op de dia ziet u links de grote kwak zonder plecht liggen. Rechts ziet u ter hoogte van de “Duitse bocht”een andere BU7 liggen: een bons. In welke jaar dat is geweest is niet bekend. Wel is bekend dat opa vanaf 1955 met een andere kwak onder de naam BU 7 heeft gevaren (de voormalige VD 128/ VD 78) en vanaf 1960 tot 1962 met een botter, de voormalige BU 114. Daarna zat het er voor hem op met de visserij, net als zovelen voor hem en nog enkelingen nadien.

 

Ik vertelde u dit verhaal omdat het niet alledaags is. En omdat het een verhaal is van een botter die teloor is gegaan. Van diverse botters, kwakken en bonsen die ook verloren zijn gegaan. Mijn boodschap is om nu niet genoegen te nemen met een modelbotter maar botterbehoud als ons gemeenschappelijk speerpunt te maken omdat het ons gemeenschappelijk erfgoed is. Omdat deze schepen deel uitmaken van wie wij waren en wie we zijn. Geen Spakenburg zonder helling, huizen, visafslag, Hongdehemel. Geen gemeente Bunschoten zonder een bottervloot in de Oude Haven van Spakenburg. Laten we dat vanavond en morgen zien en koesteren. En laten we ons daarvoor gezamenlijk inzetten.

 

Melis van de Groep

 

Burgemeester van Bunschoten

 

Linkedin

Agenda

20-06-2017

Bezoek 65-jarig bruidspaar Koelewijn-de Graaf Op ...

20-06-2017

B&W-vergadering Gemeentehuis

21-06-2017

Welkomstbezoek mevr. Coeleman-Dijkgraaf, 101 jaar ...

21-06-2017

Welkomstbezoek oudste inwoner mevr. J. van Huisste...